Stichting Bunkerbehoud Privacy
Mail
Inleiding in de Duitse militaire optiek 1
Binnen de optiek in het algemeen is de hoge kwaliteit van de verrekijker voor militair gebruik het meest bekend. De fascinatie van de liefhebber voor deze kijkers staat los van enige vorm van militarisme of politiek, maar komt voort uit de techniek en de vrijwel niet te evenaren kwaliteit die deze instrumenten stuk voor stuk kenmerken.

Verrekijkers zijn de ogen van de veldheer en Europa heeft veel veldheren gekend. Door de hele geschiedenis heen, zijn naties voortdurend in een bittere concurrentiestrijd verwikkeld geweest teneinde een voorsprong te verkrijgen in de race om de optische superioriteit. Deze evolutie heeft een ongekend hoogtepunt bereikt in de hoogtijdagen van het Derde Rijk. Firma's als Zeiss en Leitz als ware pionieren in de ontwikkeling van optiek. Zo is er de anekdote van een Duitse verrekijker die door Winston Churchill gebruikt is om vanuit Engeland de invasiestranden in Normandië gade te slaan. Deze 25x105 rust nu in een museum in Londen.

Soort en functie: Ieder zijn kijker!

Grofweg kunnen we stellen dat een verrekijker gekenmerkt wordt door twee eigenschappen; de vergroting en de diameter van de uittrede-lens. Hoe sterker de vergroting, hoe verder je kunt zien. Hoe groter de uittrede-lens, des te breder is het gezichtsveld en groter is de lichtgevoeligheid. De grote variatie aan verrekijkers is niet alleen aan deze twee factoren te wijten. Productiekosten, grootte, gebruiksgemak en gewicht moesten steeds in evenwicht gebracht worden met de praktische eisen die een bepaald legeronderdeel aan het 'ver kijken' stelde.
De belangrijkste beperkingen zijn het gewicht en de afmetingen. De vergroting is eveneens een factor, immers bij een factor van 10x, wordt het beeld te 'bibberig' en is een goede waarneming met de hand moeilijk. De meest populaire modellen tijdens W.O.2 op land waren de 6x30, 8x30 en 10x50. De uit W.O.1 stammende 6x30 is licht, goedkoop en snel in massa te produceren en was in de eerste oorlogsjaren het werkpaard van het Duitse landleger. De 8x30, die uiterlijk niet van de eerste verschilt, is duurder in fabricage en dus weggelegd voor de hogere officier of voor inzet op plaatsen waar een betere waarneming noodzakelijk was. De meest gebruikte kijker op zee blijft de 7x50.

Hoe belangrijker de gevechtskracht van het legeronderdeel, des te hogere eisen wordt er aan een goede verkenning gesteld. Gepantserde eenheden of valschermtroepen bijvoorbeeld, kregen er een duurdere versie bij: de 10x50. Door de groeiende eisen van het infanteriewapen werden de betere kijkers daar later ingevoerd: dit als supplement op de oudere 6x en 8x modellen. Iedere extra kijker was een bonus en de 'oudjes' bleven gewoon in gebruik.
De volgende stap brengt ons bij de marine. Hier bevinden zich de parels aan de optische kroon, immers, in tijden waar radar en andere vroege detectiemethodes nog in de kinderschoenen stonden, was een vroege herkenning van prooi of jager met de verrekijker bepalend voor zowel succes als overleving. Als handkijker werd hier de 7x50 -in vele varianten- het meest gebruikt. De 7-malige vergroting maakte het beeld, ook op een wiebelende scheepsbrug, stabiel. Het neusje van de zalm was voorbehouden aan de duikbootbemanning. Deze had 7x50 modellen, maar van een zeer robuuste bouw, waterdicht (gas gevuld) en met de beste lenzen die ooit gemaakt zijn. Dit maakte ze weliswaar zeer zwaar, maar liet wel hardhandig gebruik tijdens een alarmduik toe. 

Het topmodel was voorbehouden aan de U-boot commandant zelf. Deze kijker staat bekend als de legendarische 8x60 oftewel het 'Kommandantenglas'. Van deze robuuste kijkers zijn onzer dagen nog weinige exemplaren bewaard: de meeste liggen op de bodem van de oceaan. Het waarnemen door deze kijker is een belevenis die een ieder, specialist of leek, een leven lang bijblijft: het doel en de omgeving, het verre en de nabije, smelten samen tot een volmaakte eenheid.

Dit brengt ons bij de statiefkijkers. Dit zijn veelal kijkers met een sterkere vergroting. Door deze op een statief te monteren wordt de 'bibber' die elk hand kenmerkt, vermeden. De lezer zal gemerkt hebben dat de uittredelens, die we tot nu toe weinig besproken hebben, in vorige paragrafen steeds groter is geworden. Dit maakt dat het gebruik in de duisternis gestaag toeneemt, wat van groot nut is voor een duikbootcommandant die een nachtelijk doelwit zoekt. Maar ook voor luchtdoelen is dit van groot belang. De steeds toenemende nachtelijke geallieerde bombardementen vroegen om een kijker met sterke vergroting voor de kleine stipjes van vliegtuigen op grote afstand en met een lichtsterkte groot genoeg om ze bij nacht te herkennen. De 10x80 was eerst de standaardkijker.


(Flakkijker, 10x80, 45 graden, Emil Busch)
Het gewone model, ook wel gekend als Flakglas, heeft een inkijkhoek van 45°. Wegens zijn zeer goede optische eigenschappen wordt deze nu nog door menig astronoom als hoogwaardige dubbeltelescoop gewaardeerd. Een tweede model werd speciaal ontworpen voor de marine en verschilt van de vorige door lenzen van een nog betere kwaliteit en een inkijkhoek van 80°.
Dit maakte deze minder geschikt voor gronddoelen of het afspeuren van de horizon, maar des te krachtiger voor observatie van de hemel boven zee.

Vervolgens is er de categorie afstandsmeters en toebehoren. De lengte van deze meetbuis is afhankelijk van de te meten afstand. Afstandsmeters voor de infanterie moeten licht, draagbaar en bruikbaar zijn voor betrekkelijk kleine afstanden tot zo'n 10 à 20-tal kilometer. Hun lengte varieert tussen de 0,7 en 1,5 meter. Voor metingen van oppervlakteschepen of vliegtuigen, die vaak op grotere afstanden zijn, gebruikte men afstandsmeters van 4 en zelfs 6 meter lengte. Natuurlijk zijn deze niet echt meer mobiel te noemen, maar dat speelde een mindere rol omdat ze dienden om het zware langeafstandsgeschut in te stellen, wat zelf ook niet erg mobiel was. Teneinde deze zware afstandsmeters snel op hun doel te kunnen richten, werd bovenop een kijker met sterke vergroting geplaatst, zoals de 10x80 die we reeds eerder hebben genoemd. Ook werden speciaal voor dit doeleinde ontworpen kijkers gebruikt, zoals de 12x60 of de gerenommeerde 25x100, die nog steeds tot de beste telescopen ooit wordt gerekend. Deze kijker maakte de herkenning een vliegtuig bij heldere nacht op een afstand van een 70 kilometer mogelijk.

(Peter De Laet)