Stichting Bunkerbehoud
Mail
© Stichting Bunkerbehoud
1999-2018
Project Toorenvliedt

Het landhuis Toorenvliedt (1754) heeft een rijke geschiedenis. Lange tijd maakte Toorenvliedt deel uit van de gemeente Koudekerke. In de vooroorlogse jaren was het buiten in gedeelde eigendom van jonkheer mr. Johan Cornelis Schorer en de erven Huizinga. Rond de zomer van 1942 werd het landgoed gevorderd door de Duitse landmacht die hier het hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren en de beide Bevelanden vestigde.
Het commandocentrum werd aangeduid als Widerstandsnest Brunhild. De staf die gelegerd was op Toorenvliedt voerde in 1944 het commando over een infanteriedivisie van ca. 9000 militairen. Naast de divisiecommandant, Generalleutnant Wilhelm Daser, bestond de staf uit 13 officieren, 35 onderofficieren en 131 manschappen. Behalve de divisiestaf vestigde zich op Toorenvliedt ook de artilleriecommandant die het bevel voerde over een 10-tal batterijen veldgeschut die voornamelijk op Walcheren waren opgesteld. Generaal Daser zelf nam zijn intrek in het nabij gelegen slot Ter Hooge. Huize Toorenvliedt werd ingericht met de burelen van zijn naaste stafofficieren.
De overige stafafdelingen werden gehuisvest in enkele barakken in de beschutting van het park. Het aangrenzende 'Vijvervreugd' huisvestte de logistieke eenheden van de staf, waaronder de veldkeuken. Het kasteel 'Ter Hooge' was ingericht als officiersmess en bood onderdak aan de divisiecommandant. De beschutting die werd geboden door de parken, evenals de ligging aan een uitvalsweg, maakten beide buitenplaatsen tot een geschikte vestigingplaats voor deze belangrijke Duitse staf.

Bunkerbouw
De ligging van Walcheren aan de monding van de Westerschelde, de toegang tot de wereldhaven Antwerpen, maakte de sector tot een van de meest invasiegevoelige gebieden in West-Europa. Als zenuwcentrum van de Atlantikwall was Toorenvliedt van groot strategisch belang. De zomer van 1942 zag dan ook de bouw van de eerste bunkers: een viertal dunwandige personeelsonderkomens. Het toenemende geallieerde luchtoverwicht maakte het een jaar later noodzakelijk de staf in bomvrije bunkers onder te brengen. Om deze reden werden er in opdracht van de Duitsers begin 1944 een communicatiebunker, maar liefst drie commandoposten en even zoveel personeelsonderkomens gebouwd. Tevens werden twee personeelsonderkomens en een keukenbunker gebouwd in het park van Vijvervreugd. De bouw van de bunkers ging niet altijd even voorspoedig. Zo verzakte de personeelsbunker aan het Toorenvliedtwegje binnen een week na de bouw zodanig dat de Middelburgse brandweer moest uitrukken om het binnengedrongen grondwater er uit te pompen. Om de vele bunkers in het park te camoufleren werd een aantal exemplaren het uiterlijk gegeven van een vreedzaam boerderijtje. Dit werd gedaan door deze te voorzien van puntdaken en opgeschilderde ramen en deuren.



Rol hoofdkwartier bij verdediging Walcheren in november 1944
De meeste bomvrije bunkers werden na hun oplevering in eerste instantie uitsluitend bij bombardementen gebruikt als schuilplaats. De stafleden verkozen de comfortabele villa's boven het beton. Echter, toen op 6 juni 1944 (D-Day) de geallieerde bevrijdingslegers in Normandië landden, gold ook op Walcheren de hoogste alarmfase. De staf verbleef vanaf dat moment continu in de bunkers. Tijdens de succesvolle geallieerde opmars werd de divisie die Walcheren bezette, de 70. Infanterie Division, naar het front in Noord-Frankrijk gestuurd. Toorenvliedt kwam hiermee korte tijd leeg te staan, maar al gauw streken hier enkele belangrijke staven neer op hun terugtocht richting Duitsland. Toorenvliedt fungeerde in die tijd als het hoofdkwartier voor de Duitse terugtocht uit de Kanaalkust en voor de voorbereidingen voor de verdediging van de Festung Walcheren in afwachting van de strijd. Eind september waren deze staven vertrokken en was de 70. Infanterie-Division weer terug op Walcheren. Het einde van het divisiehoofdkwartier Toorenvliedt werd ingeluid op 3 oktober 1944 door het geallieerde bombardement op de Westkapelse zeedijk. Na opeenvolgende bombardementen op de andere zeedijken verdween het lager gelegen Walcheren langzaam maar zeker onder water. Het doel van deze acties, het uitschakelen van de Duitse verdediging in het achterland en het verstoren van de bevoorrading, communicatie en commandovoering werd bereikt. Door het stijgende water moest het hoofdkwartier op 17 oktober 1944 worden ontruimd. Na enkele omzwervingen streek de divisiestaf neer op de Dam in Middelburg. Hier ondertekende generaal Daser in de middag van 6 november 1944, na een strijd van enkele dagen, de capitulatie. De oorlog op Walcheren kwam hiermee tot een einde. Echter, het zoute water dat het eiland nog meer dan een jaar zou overspoelen, had ook op Toorenvliedt een verwoestende uitwerking. De villa was zwaar gehavend en van het ooit zo prachtige park was niets meer over dan een kale, dode vlakte.



Het hoofdkwartier na de oorlog.
Na het overlijden van Huizinga (1945) werd Toorenvliedt in 1948 door de erven aan de gemeente Middelburg verkocht. De gemeente overwoog het park te bebouwen met woningen, maar het slopen van de bunkers bleek dusdanig duur dat gekozen werd voor de aanleg van een stadspark. De landschapsarchitect kreeg hierbij de opdracht de bunkers zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. De aanleg van het park heeft de bunkers gespaard. Dit geldt echter niet voor de bunkers op Vijvervreugd, die zijn midden jaren '60 gesloopt. Het huis "Vijvervreugd" is na een brand, in 1969 afgebroken. In 2008 is er sprake van een vrijwel intact ensemble dat zich kenmerkt door een sterke samenhang en daarmee grote herkenbaarheid. Duidelijk zichtbaar is de relatie tussen de bunkers in het park en de villa als het toenmalige stafgebouw. De meest belangrijke operationele bunkers, de bomvrije commandoposten en de communicatiebunker, zijn nog aanwezig en worden gecompleteerd door zeven woononderkomens.
Toorenvliedt is hiermee het laatste intacte divisiehoofdkwartier in Nederland.

Afsluitend
In internationaal verband is Toorenvliedt het meest compleet uitgebouwde exemplaar van de ca. 35 divisiehoofdkwartieren die langs de West-Europese kust werden aangelegd. Verder maakt de directe relatie van het hoofdkwartier en de inundatie van Walcheren het complex tot een waardevol historisch monument van de 'Slag om de Schelde'.